Actueel

TERUG NAAR OVERZICHT

Positionering behandeling in de Wlz

30-01-2018

Op 27 september 2017 heeft het Zorginstituut advies uitgebracht over de positionering van behandeling in de Wlz. De kernboodschap daarvan is dat bij institutionele zorg (instellingszorg en situaties die daarop lijken, zoals geclusterd vpt) alle behandeling en aanvullende zorg ten laste van de Wlz moet komen. De reden daarvan is, volgens het Zorginstituut, vooral dat de doelgroep waarover het gaat (de meest kwetsbaren) is aangewezen op integrale, interdisciplinaire zorg.

Zorginstituut Nederland

Dat is, volgens het Zorginstituut, alleen goed mogelijk als alle zorg door één zorgaanbieder wordt geboden. Ze zijn daarom tot het advies gekomen om alle zorg en ook de aanvullende zorgvormen (huisartsenzorg, farmaceutische zorg, tandheelkundige zorg, hulpmiddelen en paramedische zorg) onder de Wlz te laten vallen.

Conclusie Zorginstituut: integrale zorg ook van toepassing op ggz
Het Zorginstituut heeft het advies geschreven voor de bestaande doelgroepen van de Wlz, dus cliënten met een andere grondslag dan psychiatrie. In het advies gaven ze aan dat ze nog nader zouden toetsen of onze conclusies ook gelden voor mensen met een psychische stoornis die voldoen aan de wettelijke toegangseisen van de Wlz. Dat hebben ze gedaan in hun rapport ‘Aanvullend advies over de positionering van behandeling in de Wlz voor de ggz’ van 29 december 2017. De conclusie is dat zij de staatssecretaris adviseren het advies over de positionering van behandeling van 27 september 2017 onverkort toe te passen op mensen met psychische stoornis die voldoen aan de wettelijke toegangscriteria.

Bestuurlijke consultatie
Alvorens het Zorginstituut het advies aan de staatssecretaris aanbiedt, vindt er een bestuurlijke consultatie plaats. De RIBW Alliantie heeft op 23 januari 2018 een concept reactie op het rapport ‘Aanvullend advies over de positionering van behandeling in de Wlz voor de ggz’ aan de leden voorgelegd.
In onze reactie van 30 januari 2018 geven we onder meer aan:
‘De vraag is hoeveel keuze ggz-cliënten met het voorliggende advies van het ZiN nog hebben voor de best passende zorg, als behandeling te allen tijde integraal moet worden aangeboden. Dat staat in feite haaks op ons streven om psychisch kwetsbare mensen te helpen bij het opbouwen van een zo normaal mogelijk leven midden in de samenleving en bevordert de herstelgedachte en een eventuele uitstroom niet. En waarom zouden we een nieuwe infrastructuur voor behandeling optuigen, terwijl deze elders (in de wijk) al naar tevredenheid is ingericht? Bovendien zullen zorgaanbieders tal van hoofd- en onderaanneemconstructies moeten bedenken voor de organisatie van de zorg. Behalve dat dit zorgt voor hogere administratieve lasten, is dit een betrekkelijk tijdrovende en dus een voor de cliënt dure oplossing.’

Aanvullend advies over de positionering van behandeling in de Wlz van Zorginstituut Nederland

Reacties branches op het advies:
Aanvullend advies positionering behandeling wlz.pdf
Reactie brancheverenigingen op aanvullend advies.pdf